Waarom een aanbesteding gunnen op enkel de laagste prijs bijna altijd een deugdelijke motivering vooraf vereist
Veel opdrachtgevers denken dat gunnen op de laagste prijs de veiligste en eenvoudigste keuze is. Snel, objectief en niet voor discussie vatbaar. Toch is dat een misverstand. De hoofdregel van de Aanbestedingswet is een andere, en wie zonder goede onderbouwing voor de laagste prijs kiest, loopt een reëel juridisch risico.
De hoofdregel: beste prijs-kwaliteitverhouding
Artikel 2.114 Aanbestedingswet 2012 gaat uit van gunning op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding (BPKV). Een aanbestedende dienst mag daarvan afwijken en gunnen op laagste prijs of laagste kosten, maar op grond van artikel 2.114 lid 3 moet de toepassing daarvan in de aanbestedingsstukken worden gemotiveerd. Laagste prijs is dus niet verboden, maar wel de uitzondering die om uitleg vraagt.
Wat de rechter oordeelde
De Rechtbank Noord-Nederland heeft dit scherp neergezet (ECLI:NL:RBNNE:2022:1711). Gunning op laagste prijs is op zichzelf niet verboden, maar de keuze daarvoor moet berusten op de feiten, de marktomstandigheden en het specifieke karakter van de opdracht. De motivering moet vooraf en deugdelijk in de aanbestedingsstukken staan, bij voorkeur al in de aankondiging. Een algemene, standaard motivering volstaat niet.
De rechtbank steunde daarbij op artikel 2.114 lid 3 Aanbestedingswet 2012, op de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts en op een eerdere uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 3 juni 2014 (ECLI:NL:RBGEL:2014:3493). De lijn is consistent: hoe concreter en opdrachtspecifieker de onderbouwing, hoe steviger de keuze.
Wat betekent dit voor uw aanbesteding
Een deugdelijke motivering is geen formaliteit achteraf, maar een inhoudelijke afweging vooraf. Wie op laagste prijs wil gunnen, doet er verstandig aan om in de aanbestedingsstukken te onderbouwen waarom kwaliteit in deze specifieke opdracht geen of nauwelijks onderscheidend vermogen heeft. Denk aan een sterk gestandaardiseerde levering, een markt waarin aanbieders zich boven de minimumeisen niet wezenlijk onderscheiden, of een opdracht waarbij kwaliteit al volledig in het bestek is vastgelegd.
Ontbreekt die onderbouwing, of blijft zij bij algemeenheden, dan is de kans op een succesvol kort geding groot. Een concurrent kan de aanbesteding laten stilleggen, met vertraging, kosten en reputatieschade tot gevolg.
De praktische kern
Kies bewust, en leg die keuze vast. Motiveer de toepassing van laagste prijs opdrachtspecifiek en vooraf, bij voorkeur al in de aankondiging. Zo houdt uw aanbesteding stand, ook als een inschrijver haar tegen het licht houdt.
BURO-33 helpt gemeenten bij het maken en onderbouwen van deze keuze, zodat de gunningssystematiek juridisch houdbaar is en aansluit bij het karakter van de opdracht.

